Shirin Bemelmans-Lalezari

Shirin Bemelmans-Lalezari is drie dagen per week cardiothoracaal chirurg in het UMC Utrecht. Eén dag per week werkt ze als coach. In haar drukke leven vond ze tijd om met mij (Yfke) online in gesprek te gaan over haar loopbaan. Een carrière waarin het hart en (com)passie centraal staan.

 

‘Wat ik voel als ik een hart opereer? Het is moeilijk onder woorden te brengen. Het is gewoon magisch, het blijft bijzonder’, vertelt Bemelmans-Lalezari met een sprankeling in haar ogen. ‘Mensen vragen mij wel eens of het inmiddels routine is geworden. Maar dan antwoord ik altijd ‘ik kan mij voorstellen dat u dat zo ziet, maar ieder hart heeft zijn eigen kwaliteiten en eigenschappen. De handelingen zijn gelijk, maar geen enkel hart is hetzelfde.’’

De weg naar cardiothoracaal chirurg

De passie voor de cardiothoracale chirurgie begon op negenjarige leeftijd. ‘Vraag mij niet waarom; ik wilde eerst apotheker worden. Op mijn negende veranderde dat in de cardiothoracale chirurgie en dat is nooit meer veranderd. Ik vind het nu nog steeds lastig om mijn passie onder woorden te brengen. De cardiothoracale chirurgie is voor mij de meest directe manier om iemand te helpen.’

 

Tijdens de coschappen kreeg Bemelmans-Lalezari een opleidingsplek aangeboden. Een combinatie van hard werken – waarover later meer – en geluk. ‘Ik was op het juiste moment op de juiste plaats. Iemand was net afgevallen voor de opleidingsplek. Via onderzoekservaring bij het Center for Human Drug Research en daarna een keuzecoschap bij de kindercardiothoracale chirurgie in Londen, ging het balletje rollen en werd ik aangenomen voor de opleiding aan het LUMC.’ Na het afronden van de opleiding promoveerde ze op onderzoek naar de Arteriële Switch Operatie.

Menselijkheid

In het werk van Bemelmans-Lalezari staat haar pleidooi voor meer kwetsbaarheid en menselijkheid in de zorg centraal. ‘De waarde van jezelf als dokter kwetsbaar opstellen begint steeds meer aandacht te krijgen. Professionele afstand houden is prima, zolang je je menselijkheid maar niet verliest. Dat is iets wat wij in de afgelopen decennia zijn vergeten.’ De menselijkheid verstrekt zich niet alleen tot de relatie met de patiënt, maar ook tot de dokter zelf. ‘Eerder ging bij mij altijd de zweep erover als er een complicatie optrad, ook als ik daar niks aan kon doen. Ik kan er nog steeds enorm van balen, maar het lukt mij nu sneller om het los te laten en met mildheid naar mezelf te kijken.’

 

‘Deze ontwikkeling is deels in gang gezet door de fout die ik heb gemaakt’, vertelt Bemelmans-Lalezari wanneer ik haar vraag naar momenten die belangrijk waren voor deze ontwikkeling. Ze refereert aan een incident aan het begin van haar carrière waarbij de patiënt overleed als gevolg van een medische fout. Hierover heeft ze meerdere interviews gegeven, onder andere op televisie in Over Leven met Coen Verbaak. De kernboodschap is nauw verbonden met haar pleidooi voor kwetsbaarheid en menselijkheid. ‘Wees open over medische fouten in de zorg en zorg dat er naast het medisch inhoudelijke stuk – hoe hadden we dit kunnen voorkomen? – ook aandacht is voor de emoties van de betrokken zorgprofessional.’

‘Hard’ zijn

‘Ik vermoed dat het bij mijn vak past om wat harder te zijn voor jezelf’, vervolgt ze. ‘Het ‘hard’ zijn schept ook een zekere professionele afstand, die ook deels nodig is om goed te functioneren. Als ik iedere keer voor een open hartoperatie denk ‘oh, wat jammer voor de patiënt’, dan wordt het opereren lastig. Op het moment dat ik moet handelen, doe ik dat en later reflecteer ik. Het is een geleidelijk proces om milder te zijn naar jezelf; wijsheid komt met de jaren. Niet iedereen hoeft dit te ontwikkelen, je moet het ook zelf willen. Desondanks mag het mild zijn naar jezelf, zeker binnen de snijdende vakken, meer ontwikkeld worden.’

Het begin van coaching

De reden voor Bemelmans-Lalezari om in 2018 te starten als coach was haar eigen ervaring. ‘Ik was cardiothoracaal chirurg en vakgroepvoorzitter in het OLVG en was meer aan het werk dan dat ik thuis was. Struikelend van de haast kwam ik om kwart voor zeven ’s avonds thuis om te horen dat de kinderen al in bed lagen. Toen ik om zeven uur ’s ochtends naar het ziekenhuis vertrok, sliepen ze nog.’ Een oplettende collega vroeg in die tijd door op hoe Bemelmans-Lalezari zich nou echt voelde. ‘Toen realiseerde ik me dat het niet goed ging. Ik ging op zoek naar een coach; een vrouwelijk snijdend specialist die wist waar ik doorheen ging.’ Die bleek niet te vinden.

 

De coaching door een niet-medicus hielp ook, benadrukt Bemelmans-Lalezari. Maar er waren fundamentele verschillen. ‘Het probleem is niet de lange dagen – dat hoort bij mijn vak. Duidelijk aangeven dat ik om half zes naar huis ga om de kinderen op te halen kan niet als je met je vingers in een patiënt zit. Ik wil weten hoe ik alle ballen hooghoud en ermee omga dat mijn werk zo druk is. Daarvoor heb ik iemand nodig die mijn vak begrijpt.’ Het gat in de markt - coachende snijdende vrouwelijke medisch specialisten - besloot Bemelmans- Lalezari uiteindelijk zelf in te vullen. ‘Coaching was toen nog not-done, het werd gezien als een teken van zwakte. Ik heb meerdere cursussen en trainingen gevolgd op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en heb een sabattical genomen van een half jaar.’ Aan het einde van haar sabattical concludeerde ze dat haar ideale werkweek bestaat uit drie dagen per week OK en één dag per week coachen. ‘Ik dacht gelijk ‘drie dagen opereren kan niet’.’

Keuzes maken

Het onmogelijke bleek toch mogelijk. ‘Het is fantastisch, ik ben heel blij dat ik deze keuze gemaakt heb’, reflecteert ze. ‘Ik maak alle grote beslissingen op dezelfde manier, namelijk door mijzelf de vraag te stellen of ik hier spijt van krijg als ik op mijn sterfbed lig. Ik denk dat je alleen spijt kan hebben van dingen die je niet doet, niet van dingen die je wél doet. Mijn kinderen zijn ten slotte maar één keer klein.’ Haar beslissing stuitte ook op weerstand. ‘Er is een periode aan vooraf gegaan waarin ik niet wist of ik nog ging werken. Gelukkig bleek dit uiteindelijk niet nodig. De vakgroep waarin ik toen werkte was klein – 5 chirurgen. Drie dagen in deze kleine groep kon helaas niet worden gefaciliteerd. Gelukkig was dat in mijn huidige vakgroep geen probleem en werk ik daar inmiddels alweer 6 jaar naar volle tevredenheid.’

‘Het gaat mij er niet om dat iedereen parttime moet werken’, benadrukt Bemelmans-Lalezari, ‘maar dat je doet wat bij jou past. En dat er rekening mee wordt gehouden dat behoeftes veranderen in bepaalde levensfases. Waar ik toen ik twintig was riep dat je dit vak alleen kan doen als je vijf dagen per week werkt, heb ik daar nu een genuanceerdere mening over.’ Over dit thema schrijft Bemelmans-Lalezari een boek dat begin 2025 uitkomt. ‘Het gaat over alle fases van coassistent tot langer gevestigd medisch specialist en alle type vraagstukken die je tegen kan komen in die fases. Hoe ga je daarmee om? En hoe kan jij doen wat je zelf wilt zonder je druk te maken over je omgeving die roept dat je het ene of het andere moet doen?’

 

Inmiddels zijn de uren ook veranderd binnen de cardiothoracale chirurgie. ‘Fulltime werken is in veel klinieken al veranderd van vijf naar vier dagen per week. We noemen het alleen niet parttime’, vertelt Bemelmans-Lalezari. ’Deze verandering is terecht als je kijkt welke uren wij maken. Ik denk dat vrijwel iedereen meer uren werkt dan officieel in het contract beschreven staat. We kijken niet naar uren, maar naar de patiënten. Als ik om 6 uur klaar zou zijn en de dienstdoende staat nog te opereren en ondertussen stort er een patiënt in, ga ik niet naar huis. Maar je hebt ook tijd nodig om bij te komen van het harde werk.’ De ontspanning bevindt zich in geval van Bemelmans-Lalezari in een onverwachte hoek. ‘Vroeger danste ik heel veel flamenco en ik zou het nu eigenlijk ook weer willen doen. Het is een uit de hand gelopen hobby, al mijn vrije tijd ging daarin zitten.’ Lachend: ‘Als ik nu weer de muziek hoor, ben ik niet te stoppen!’

Eigen leven

‘Het is je eigen leven dat je vormgeeft. Dat kan tegen de gevestigde orde in zijn, dus dan moet je stevig in je schoenen staan’, antwoordt ze gepassioneerd op de vraag wat haar tips zijn voor jonge dokters. ’Overigens kan het ook een bewuste keuze zijn om iets niet te doen’, voegt ze toe.

 

‘Als je iets wilt, moet je er zelf moeite voor doen en hard werken.’ Ze illustreert dit met haar studententijd. ‘In mijn tweede jaar stapte ik op de professor af die het college farmacologie gaf over allerlei cardiale medicatie. Ik wilde namelijk meer kunnen dan alleen snijden. Via deze professor heb ik meerdere jaren onderzoek gedaan naar cardiale medicatie bij het Center for Human Drug Research. Een vriend van de professor was kindercardiothoracaal chirurg in Londen, waar ik een keuzecoschap liep. Een kindercardiothoracaal chirurg in Leiden werd toen mijn begeleider en zo is het balletje gaan rollen en kon ik in opleiding komen. Ik was er vast ook op een andere manier gekomen, maar eigen initiatief loont over het algemeen.’

 

'Uiteindelijk lukt het je als je echt iets wilt en ervoor gaat’, resumeert Bemelmans-Lalezari. ‘Soms kan het zo zijn dat je niet op het juiste moment op de juiste plek bent, maar dan kan je jezelf in ieder geval niet verwijten dat je er niet alles aan gedaan hebt. Blijf bij jezelf, en vraag je af of wat je doet ook bij je past en of het is wat je echt wilt. Als je het doet omdat het moet, en niet omdat het uit je hart komt, komt er een moment dat je tegen de lamp loopt of erachter komt dat het toch niet bij je past.’

Prestatiedruk

In lijn met haar verhaal vraag ik Bemelmans-Lalezari wat zij van de huidige prestatiedruk onder studenten vindt. Ze leunt een stukje naar voren. ‘Ik zie het terug bij de masterstudenten die ik begeleid. De prestatiedruk is iets wat wij als specialisten gecreëerd hebben en het gaat eigenlijk nergens over. De druk is tweeledig: deels leggen studenten zichzelf de druk op, maar het wordt ook gevoed door de gevestigde orde.’ Zelf is Bemelmans-Lalezari gepromoveerd, maar dit zou volgens haar geen vereiste moeten zijn om in opleiding te komen. ‘Iemand die gepromoveerd is, heeft een ingewikkeld traject doorlopen en heeft een rugzak vol met ervaring en vaardigheden waardoor men denkt dat je makkelijker de opleiding kan doorlopen. Maar die vaardigheden kan je ook op een andere

manier opdoen. Zo hadden wij laatst een sollicitatiebrief met iemand die een eigen stichting had opgezet naast diens studie, wat helemaal uit de klauwen gelopen was en inmiddels een professionele stichting is geworden. Waarom zou zo iemand niet geschikt zijn?’ 

En zoals altijd bij Dokters op Hakken: de favoriete hakken van de geïnterviewde.
En zoals altijd bij Dokters op Hakken: de favoriete hakken van de geïnterviewde.

 

De laatste tip van Bemelmans-Lalezari? ‘Ga op zoek naar mensen die menselijk zijn in hun contacten als je dat nu mist in je omgeving. Ga met hen in gesprek. Er zijn genoeg voorbeelden waarvan je denkt ‘nee zo niet’ - overigens is weten wat je niet wilt net zo belangrijk als weten wat je wel wilt. Maar zo vind je voorbeelden waarvan je denkt ‘zo’n dokter zou ik ook willen zijn’. Toen ik coassistent was, keek ik mee tijdens een poli van een oncologisch chirurg. Er kwam een jonge vrouw - 27 of 28 jaar - met borstkanker op het spreekuur, voor de uitslag van de PET scan. Ze bleek helemaal onder de uitzaaiingen te zitten. En weet je wat de chirurg deed? Stil zijn. Samen zijn met de patiënt, haar partner en hun emoties. Een hele menselijke manier, zonder dat hij daar drie uur voor nodig had of de

patiënt een gehaast gevoel gaf. Achteraf realiseerde ik mij ‘zo wil ik het ook’.’

Reactie schrijven

Commentaren: 0